to rust (to oxidise)
Andere betekenissen: to roost
Tegenwoordige tijd (ik)roest
Verleden tijd (ik)roestte
Voltooid deelwoordgeroest
Volledige vervoeging van het werkwoord roesten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik roest
jij roest
u roest
hij/zij/het roest
wij roesten
jullie roesten
zij roesten
Verleden tijd
ik roestte
jij roestte
u roestte
hij/zij/het roestte
wij roestten
jullie roestten
zij roestten
Gebiedende wijs
Imperatief
roest
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
roesten
Gerundium
roesten
Onvoltooid deelwoord
roestend
Voltooid deelwoord
geroest
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.