to cry, shout
Tegenwoordige tijd (ik)roep
Verleden tijd (ik)riep
Voltooid deelwoordgeroepen
Volledige vervoeging van het werkwoord roepen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik roep
jij roept (inversie: roep jij)
u roept
hij/zij/het roept
wij roepen
jullie roepen
zij roepen
Verleden tijd
ik riep
jij riep
u riep
hij/zij/het riep
wij riepen
jullie riepen
zij riepen
Gebiedende wijs
Imperatief
roep
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
roepen
Gerundium
roepen
Onvoltooid deelwoord
roepend
Voltooid deelwoord
geroepen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.