Vervoeging van rioleren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

rioleren
to furnish with sewerage
weak
Tegenwoordige tijd (ik)rioleer
Verleden tijd (ik)rioleerde
Voltooid deelwoordgerioleerd
Volledige vervoeging van het werkwoord rioleren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rioleer
jij rioleert (inversie: rioleer jij)
u rioleert
hij/zij/het rioleert
wij rioleren
jullie rioleren
zij rioleren

Verleden tijd

ik rioleerde
jij rioleerde
u rioleerde
hij/zij/het rioleerde
wij rioleerden
jullie rioleerden
zij rioleerden

Gebiedende wijs

Imperatief

rioleer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

rioleren

Gerundium

rioleren

Onvoltooid deelwoord

riolerend

Voltooid deelwoord

gerioleerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.