to rhyme (to have a rhyme with another word)
Tegenwoordige tijd (ik)rijm
Verleden tijd (ik)rijmde
Voltooid deelwoordgerijmd
Volledige vervoeging van het werkwoord rijmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik rijm
jij rijmt (inversie: rijm jij)
u rijmt
hij/zij/het rijmt
wij rijmen
jullie rijmen
zij rijmen
Verleden tijd
ik rijmde
jij rijmde
u rijmde
hij/zij/het rijmde
wij rijmden
jullie rijmden
zij rijmden
Gebiedende wijs
Imperatief
rijm
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
rijmen
Gerundium
rijmen
Onvoltooid deelwoord
rijmend
Voltooid deelwoord
gerijmd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.