Vervoeging van rangschikken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

rangschikken
to sort, to order (to put something in order)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)rangschik
Verleden tijd (ik)rangschikte
Voltooid deelwoordgerangschikt
Volledige vervoeging van het werkwoord rangschikken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rangschik
jij rangschikt (inversie: rangschik jij)
u rangschikt
hij/zij/het rangschikt
wij rangschikken
jullie rangschikken
zij rangschikken

Verleden tijd

ik rangschikte
jij rangschikte
u rangschikte
hij/zij/het rangschikte
wij rangschikten
jullie rangschikten
zij rangschikten

Gebiedende wijs

Imperatief

rangschik

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

rangschikken

Gerundium

rangschikken

Onvoltooid deelwoord

rangschikkend

Voltooid deelwoord

gerangschikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.