Vervoeging van rafelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

rafelen
to fray, unravel
weak
Tegenwoordige tijd (ik)rafel
Verleden tijd (ik)rafelde
Voltooid deelwoordgerafeld
Volledige vervoeging van het werkwoord rafelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rafel
jij rafelt (inversie: rafel jij)
u rafelt
hij/zij/het rafelt
wij rafelen
jullie rafelen
zij rafelen

Verleden tijd

ik rafelde
jij rafelde
u rafelde
hij/zij/het rafelde
wij rafelden
jullie rafelden
zij rafelden

Gebiedende wijs

Imperatief

rafel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

rafelen

Gerundium

rafelen

Onvoltooid deelwoord

rafelend

Voltooid deelwoord

gerafeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.