Vervoeging van racen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

racen
to have a speed contest, to race
weak
Tegenwoordige tijd (ik)race
Verleden tijd (ik)racete
Voltooid deelwoordgeracet
Volledige vervoeging van het werkwoord racen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik race
jij racet (inversie: race jij)
u racet
hij/zij/het racet
wij racen
jullie racen
zij racen

Verleden tijd

ik racete
jij racete
u racete
hij/zij/het racete
wij raceten
jullie raceten
zij raceten

Gebiedende wijs

Imperatief

race

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

racen

Gerundium

racen

Onvoltooid deelwoord

racend

Voltooid deelwoord

geracet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.