Vervoeging van puzzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

puzzelen
to (try to) work out a puzzle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)puzzel
Verleden tijd (ik)puzzelde
Voltooid deelwoordgepuzzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord puzzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik puzzel
jij puzzelt (inversie: puzzel jij)
u puzzelt
hij/zij/het puzzelt
wij puzzelen
jullie puzzelen
zij puzzelen

Verleden tijd

ik puzzelde
jij puzzelde
u puzzelde
hij/zij/het puzzelde
wij puzzelden
jullie puzzelden
zij puzzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

puzzel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

puzzelen

Gerundium

puzzelen

Onvoltooid deelwoord

puzzelend

Voltooid deelwoord

gepuzzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.