to chew tobacco
Andere betekenissen: to (like to) eat, to have taste for
Tegenwoordige tijd (ik)pruim
Verleden tijd (ik)pruimde
Voltooid deelwoordgepruimd
Volledige vervoeging van het werkwoord pruimen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik pruim
jij pruimt (inversie: pruim jij)
u pruimt
hij/zij/het pruimt
wij pruimen
jullie pruimen
zij pruimen
Verleden tijd
ik pruimde
jij pruimde
u pruimde
hij/zij/het pruimde
wij pruimden
jullie pruimden
zij pruimden
Gebiedende wijs
Imperatief
pruim
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
pruimen
Gerundium
pruimen
Onvoltooid deelwoord
pruimend
Voltooid deelwoord
gepruimd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.