Vervoeging van provoceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

provoceren
to provoke, to challenge
weak
Tegenwoordige tijd (ik)provoceer
Verleden tijd (ik)provoceerde
Voltooid deelwoordgeprovoceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord provoceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik provoceer
jij provoceert (inversie: provoceer jij)
u provoceert
hij/zij/het provoceert
wij provoceren
jullie provoceren
zij provoceren

Verleden tijd

ik provoceerde
jij provoceerde
u provoceerde
hij/zij/het provoceerde
wij provoceerden
jullie provoceerden
zij provoceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

provoceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

provoceren

Gerundium

provoceren

Onvoltooid deelwoord

provocerend

Voltooid deelwoord

geprovoceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.