Vervoeging van prononceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

prononceren
to pronounce
weak
Tegenwoordige tijd (ik)prononceer
Verleden tijd (ik)prononceerde
Voltooid deelwoordgeprononceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord prononceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik prononceer
jij prononceert (inversie: prononceer jij)
u prononceert
hij/zij/het prononceert
wij prononceren
jullie prononceren
zij prononceren

Verleden tijd

ik prononceerde
jij prononceerde
u prononceerde
hij/zij/het prononceerde
wij prononceerden
jullie prononceerden
zij prononceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

prononceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

prononceren

Gerundium

prononceren

Onvoltooid deelwoord

prononcerend

Voltooid deelwoord

geprononceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.