Vervoeging van prolongeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

prolongeren
to prolong, to lengthen, to extend
weak
Tegenwoordige tijd (ik)prolongeer
Verleden tijd (ik)prolongeerde
Voltooid deelwoordgeprolongeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord prolongeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik prolongeer
jij prolongeert (inversie: prolongeer jij)
u prolongeert
hij/zij/het prolongeert
wij prolongeren
jullie prolongeren
zij prolongeren

Verleden tijd

ik prolongeerde
jij prolongeerde
u prolongeerde
hij/zij/het prolongeerde
wij prolongeerden
jullie prolongeerden
zij prolongeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

prolongeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

prolongeren

Gerundium

prolongeren

Onvoltooid deelwoord

prolongerend

Voltooid deelwoord

geprolongeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.