Vervoeging van prognosticeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

prognosticeren
to forecast, to predict, to prognosticate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)prognosticeer
Verleden tijd (ik)prognosticeerde
Voltooid deelwoordgeprognosticeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord prognosticeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik prognosticeer
jij prognosticeert (inversie: prognosticeer jij)
u prognosticeert
hij/zij/het prognosticeert
wij prognosticeren
jullie prognosticeren
zij prognosticeren

Verleden tijd

ik prognosticeerde
jij prognosticeerde
u prognosticeerde
hij/zij/het prognosticeerde
wij prognosticeerden
jullie prognosticeerden
zij prognosticeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

prognosticeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

prognosticeren

Gerundium

prognosticeren

Onvoltooid deelwoord

prognosticerend

Voltooid deelwoord

geprognosticeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.