Vervoeging van primeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « primeren »: primeren — to have priority, to prevail (over) · primeren — to prime (apply a coat of primer paint t
primeren
to have priority, to prevail (over)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)primeer
Verleden tijd (ik)primeerde
Voltooid deelwoordgeprimeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord primeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik primeer
jij primeert (inversie: primeer jij)
u primeert
hij/zij/het primeert
wij primeren
jullie primeren
zij primeren

Verleden tijd

ik primeerde
jij primeerde
u primeerde
hij/zij/het primeerde
wij primeerden
jullie primeerden
zij primeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

primeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

primeren

Gerundium

primeren

Onvoltooid deelwoord

primerend

Voltooid deelwoord

geprimeerd
primeren
to prime (apply a coat of primer paint to)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)primer
Verleden tijd (ik)primerde
Voltooid deelwoordgeprimerd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik primer
jij primert (inversie: primer jij)
u primert
hij/zij/het primert
wij primeren
jullie primeren
zij primeren

Verleden tijd

ik primerde
jij primerde
u primerde
hij/zij/het primerde
wij primerden
jullie primerden
zij primerden

Gebiedende wijs

Imperatief

primer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

primeren

Gerundium

primeren

Onvoltooid deelwoord

primerend

Voltooid deelwoord

geprimerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.