to fiddle around (with precision, i.e. something small and intricate)
Tegenwoordige tijd (ik)priegel
Verleden tijd (ik)priegelde
Voltooid deelwoordgepriegeld
Volledige vervoeging van het werkwoord priegelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik priegel
jij priegelt (inversie: priegel jij)
u priegelt
hij/zij/het priegelt
wij priegelen
jullie priegelen
zij priegelen
Verleden tijd
ik priegelde
jij priegelde
u priegelde
hij/zij/het priegelde
wij priegelden
jullie priegelden
zij priegelden
Gebiedende wijs
Imperatief
priegel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
priegelen
Gerundium
priegelen
Onvoltooid deelwoord
priegelend
Voltooid deelwoord
gepriegeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.