Vervoeging van prangen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

prangen
to press, to squeeze
weak
Tegenwoordige tijd (ik)prang
Verleden tijd (ik)prangde
Voltooid deelwoordgeprangd
Volledige vervoeging van het werkwoord prangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik prang
jij prangt (inversie: prang jij)
u prangt
hij/zij/het prangt
wij prangen
jullie prangen
zij prangen

Verleden tijd

ik prangde
jij prangde
u prangde
hij/zij/het prangde
wij prangden
jullie prangden
zij prangden

Gebiedende wijs

Imperatief

prang

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

prangen

Gerundium

prangen

Onvoltooid deelwoord

prangend

Voltooid deelwoord

geprangd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.