Vervoeging van pralen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pralen
to shine, to radiate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)praal
Verleden tijd (ik)praalde
Voltooid deelwoordgepraald
Volledige vervoeging van het werkwoord pralen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik praal
jij praalt (inversie: praal jij)
u praalt
hij/zij/het praalt
wij pralen
jullie pralen
zij pralen

Verleden tijd

ik praalde
jij praalde
u praalde
hij/zij/het praalde
wij praalden
jullie praalden
zij praalden

Gebiedende wijs

Imperatief

praal

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pralen

Gerundium

pralen

Onvoltooid deelwoord

pralend

Voltooid deelwoord

gepraald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.