Vervoeging van praktiseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

praktiseren
to carry out, to perform, to bring into practice
weak
Tegenwoordige tijd (ik)praktiseer
Verleden tijd (ik)praktiseerde
Voltooid deelwoordgepraktiseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord praktiseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik praktiseer
jij praktiseert (inversie: praktiseer jij)
u praktiseert
hij/zij/het praktiseert
wij praktiseren
jullie praktiseren
zij praktiseren

Verleden tijd

ik praktiseerde
jij praktiseerde
u praktiseerde
hij/zij/het praktiseerde
wij praktiseerden
jullie praktiseerden
zij praktiseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

praktiseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

praktiseren

Gerundium

praktiseren

Onvoltooid deelwoord

praktiserend

Voltooid deelwoord

gepraktiseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.