Vervoeging van polsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

polsen
to probe, to inquire with tact
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pols
Verleden tijd (ik)polste
Voltooid deelwoordgepolst
Volledige vervoeging van het werkwoord polsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pols
jij polst (inversie: pols jij)
u polst
hij/zij/het polst
wij polsen
jullie polsen
zij polsen

Verleden tijd

ik polste
jij polste
u polste
hij/zij/het polste
wij polsten
jullie polsten
zij polsten

Gebiedende wijs

Imperatief

pols

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

polsen

Gerundium

polsen

Onvoltooid deelwoord

polsend

Voltooid deelwoord

gepolst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.