Vervoeging van polderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

polderen
to compromise, to engage in consensus politics
weak
Tegenwoordige tijd (ik)polder
Verleden tijd (ik)polderde
Voltooid deelwoordgepolderd
Volledige vervoeging van het werkwoord polderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik polder
jij poldert (inversie: polder jij)
u poldert
hij/zij/het poldert
wij polderen
jullie polderen
zij polderen

Verleden tijd

ik polderde
jij polderde
u polderde
hij/zij/het polderde
wij polderden
jullie polderden
zij polderden

Gebiedende wijs

Imperatief

polder

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

polderen

Gerundium

polderen

Onvoltooid deelwoord

polderend

Voltooid deelwoord

gepolderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.