to compromise, to engage in consensus politics
Tegenwoordige tijd (ik)polder
Verleden tijd (ik)polderde
Voltooid deelwoordgepolderd
Volledige vervoeging van het werkwoord polderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik polder
jij poldert (inversie: polder jij)
u poldert
hij/zij/het poldert
wij polderen
jullie polderen
zij polderen
Verleden tijd
ik polderde
jij polderde
u polderde
hij/zij/het polderde
wij polderden
jullie polderden
zij polderden
Gebiedende wijs
Imperatief
polder
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
polderen
Gerundium
polderen
Onvoltooid deelwoord
polderend
Voltooid deelwoord
gepolderd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.