Vervoeging van plussen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

plussen
only used in plussen en minnen
weak
Tegenwoordige tijd (ik)plus
Verleden tijd (ik)pluste
Voltooid deelwoordgeplust
Volledige vervoeging van het werkwoord plussen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik plus
jij plust (inversie: plus jij)
u plust
hij/zij/het plust
wij plussen
jullie plussen
zij plussen

Verleden tijd

ik pluste
jij pluste
u pluste
hij/zij/het pluste
wij plusten
jullie plusten
zij plusten

Gebiedende wijs

Imperatief

plus

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

plussen

Gerundium

plussen

Onvoltooid deelwoord

plussend

Voltooid deelwoord

geplust

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.