to thud; to make a dull sound (such as the sound made of an object falling on concrete)
Tegenwoordige tijd (ik)plof
Verleden tijd (ik)plofte
Voltooid deelwoordgeploft
Volledige vervoeging van het werkwoord ploffen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik plof
jij ploft (inversie: plof jij)
u ploft
hij/zij/het ploft
wij ploffen
jullie ploffen
zij ploffen
Verleden tijd
ik plofte
jij plofte
u plofte
hij/zij/het plofte
wij ploften
jullie ploften
zij ploften
Gebiedende wijs
Imperatief
plof
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ploffen
Gerundium
ploffen
Onvoltooid deelwoord
ploffend
Voltooid deelwoord
geploft
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.