to bucket, to rain cats and dogs (to rain heavily)
Tegenwoordige tijd (ik)plens
Verleden tijd (ik)plensde
Voltooid deelwoordgeplensd
Volledige vervoeging van het werkwoord plenzen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik plens
jij plenst (inversie: plens jij)
u plenst
hij/zij/het plenst
wij plenzen
jullie plenzen
zij plenzen
Verleden tijd
ik plensde
jij plensde
u plensde
hij/zij/het plensde
wij plensden
jullie plensden
zij plensden
Gebiedende wijs
Imperatief
plens
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
plenzen
Gerundium
plenzen
Onvoltooid deelwoord
plenzend
Voltooid deelwoord
geplensd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.