Vervoeging van plegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « plegen »: plegen — to do (something) habitually, customaril · plegen — to commit (a crime)
plegen
to do (something) habitually, customarily
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pleeg
Verleden tijd (ik)placht
Voltooid deelwoordgeplacht
Volledige vervoeging van het werkwoord plegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pleeg
jij pleegt (inversie: pleeg jij)
u pleegt
hij/zij/het pleegt
wij plegen
jullie plegen
zij plegen

Verleden tijd

ik placht
jij placht
u placht
hij/zij/het placht
wij plachten
jullie plachten
zij plachten

Gebiedende wijs

Imperatief

pleeg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

plegen

Gerundium

plegen

Onvoltooid deelwoord

plegend

Voltooid deelwoord

geplacht
plegen
to commit (a crime)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pleeg
Verleden tijd (ik)pleegde
Voltooid deelwoordgepleegd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pleeg
jij pleegt (inversie: pleeg jij)
u pleegt
hij/zij/het pleegt
wij plegen
jullie plegen
zij plegen

Verleden tijd

ik pleegde
jij pleegde
u pleegde
hij/zij/het pleegde
wij pleegden
jullie pleegden
zij pleegden

Gebiedende wijs

Imperatief

pleeg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

plegen

Gerundium

plegen

Onvoltooid deelwoord

plegend

Voltooid deelwoord

gepleegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.