Vervoeging van platlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

platlopen
to trample
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop plat
Verleden tijd (ik)liep plat
Voltooid deelwoordplatgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord platlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop plat
jij loopt plat (inversie: loop plat jij)
u loopt plat
hij/zij/het loopt plat
wij lopen plat
jullie lopen plat
zij lopen plat

Verleden tijd

ik liep plat
jij liep plat
u liep plat
hij/zij/het liep plat
wij liepen plat
jullie liepen plat
zij liepen plat

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik platloop
(dat) jij platloopt
(dat) u platloopt
(dat) hij/zij/het platloopt
(dat) wij platlopen
(dat) jullie platlopen
(dat) zij platlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik platliep
(dat) jij platliep
(dat) u platliep
(dat) hij/zij/het platliep
(dat) wij platliepen
(dat) jullie platliepen
(dat) zij platliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop plat

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

platlopen

Gerundium

platlopen

Onvoltooid deelwoord

platlopend

Voltooid deelwoord

platgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.