Vervoeging van plafonneren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

plafonneren
to provide with a ceiling
weak
Tegenwoordige tijd (ik)plafonneer
Verleden tijd (ik)plafonneerde
Voltooid deelwoordgeplafonneerd
Volledige vervoeging van het werkwoord plafonneren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik plafonneer
jij plafonneert (inversie: plafonneer jij)
u plafonneert
hij/zij/het plafonneert
wij plafonneren
jullie plafonneren
zij plafonneren

Verleden tijd

ik plafonneerde
jij plafonneerde
u plafonneerde
hij/zij/het plafonneerde
wij plafonneerden
jullie plafonneerden
zij plafonneerden

Gebiedende wijs

Imperatief

plafonneer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

plafonneren

Gerundium

plafonneren

Onvoltooid deelwoord

plafonnerend

Voltooid deelwoord

geplafonneerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.