Vervoeging van plaatsvinden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

plaatsvinden
to take place, occur
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vind plaats
Verleden tijd (ik)vond plaats
Voltooid deelwoordplaatsgevonden
Volledige vervoeging van het werkwoord plaatsvinden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vind plaats
jij vindt plaats (inversie: vind plaats jij)
u vindt plaats
hij/zij/het vindt plaats
wij vinden plaats
jullie vinden plaats
zij vinden plaats

Verleden tijd

ik vond plaats
jij vond plaats
u vond plaats
hij/zij/het vond plaats
wij vonden plaats
jullie vonden plaats
zij vonden plaats

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik plaatsvind
(dat) jij plaatsvindt
(dat) u plaatsvindt
(dat) hij/zij/het plaatsvindt
(dat) wij plaatsvinden
(dat) jullie plaatsvinden
(dat) zij plaatsvinden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik plaatsvond
(dat) jij plaatsvond
(dat) u plaatsvond
(dat) hij/zij/het plaatsvond
(dat) wij plaatsvonden
(dat) jullie plaatsvonden
(dat) zij plaatsvonden

Gebiedende wijs

Imperatief

vind plaats

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

plaatsvinden

Gerundium

plaatsvinden

Onvoltooid deelwoord

plaatsvindend

Voltooid deelwoord

plaatsgevonden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.