to pitch (throw (the ball) toward a batter at home plate)
Tegenwoordige tijd (ik)pitch
Verleden tijd (ik)pitchte
Voltooid deelwoordgepitcht
Volledige vervoeging van het werkwoord pitchen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik pitch
jij pitcht (inversie: pitch jij)
u pitcht
hij/zij/het pitcht
wij pitchen
jullie pitchen
zij pitchen
Verleden tijd
ik pitchte
jij pitchte
u pitchte
hij/zij/het pitchte
wij pitchten
jullie pitchten
zij pitchten
Gebiedende wijs
Imperatief
pitch
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
pitchen
Gerundium
pitchen
Onvoltooid deelwoord
pitchend
Voltooid deelwoord
gepitcht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.