Vervoeging van pissen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pissen
to piss
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pis
Verleden tijd (ik)piste
Voltooid deelwoordgepist
Volledige vervoeging van het werkwoord pissen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pis
jij pist (inversie: pis jij)
u pist
hij/zij/het pist
wij pissen
jullie pissen
zij pissen

Verleden tijd

ik piste
jij piste
u piste
hij/zij/het piste
wij pisten
jullie pisten
zij pisten

Gebiedende wijs

Imperatief

pis

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pissen

Gerundium

pissen

Onvoltooid deelwoord

pissend

Voltooid deelwoord

gepist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.