Vervoeging van pijpeneren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pijpeneren
to smoke a pipe
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pijpeneer
Verleden tijd (ik)pijpeneerde
Voltooid deelwoordgepijpeneerd
Volledige vervoeging van het werkwoord pijpeneren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pijpeneer
jij pijpeneert (inversie: pijpeneer jij)
u pijpeneert
hij/zij/het pijpeneert
wij pijpeneren
jullie pijpeneren
zij pijpeneren

Verleden tijd

ik pijpeneerde
jij pijpeneerde
u pijpeneerde
hij/zij/het pijpeneerde
wij pijpeneerden
jullie pijpeneerden
zij pijpeneerden

Gebiedende wijs

Imperatief

pijpeneer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pijpeneren

Gerundium

pijpeneren

Onvoltooid deelwoord

pijpenerend

Voltooid deelwoord

gepijpeneerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.