Vervoeging van pianospelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pianospelen
to play piano
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel piano
Verleden tijd (ik)speelde piano
Voltooid deelwoordpianogespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord pianospelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel piano
jij speelt piano (inversie: speel piano jij)
u speelt piano
hij/zij/het speelt piano
wij spelen piano
jullie spelen piano
zij spelen piano

Verleden tijd

ik speelde piano
jij speelde piano
u speelde piano
hij/zij/het speelde piano
wij speelden piano
jullie speelden piano
zij speelden piano

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik pianospeel
(dat) jij pianospeelt
(dat) u pianospeelt
(dat) hij/zij/het pianospeelt
(dat) wij pianospelen
(dat) jullie pianospelen
(dat) zij pianospelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik pianospeelde
(dat) jij pianospeelde
(dat) u pianospeelde
(dat) hij/zij/het pianospeelde
(dat) wij pianospeelden
(dat) jullie pianospeelden
(dat) zij pianospeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel piano

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pianospelen

Gerundium

pianospelen

Onvoltooid deelwoord

pianospelend

Voltooid deelwoord

pianogespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.