Vervoeging van pauzeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pauzeren
to pause, to hold temporarily
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pauzeer
Verleden tijd (ik)pauzeerde
Voltooid deelwoordgepauzeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord pauzeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pauzeer
jij pauzeert (inversie: pauzeer jij)
u pauzeert
hij/zij/het pauzeert
wij pauzeren
jullie pauzeren
zij pauzeren

Verleden tijd

ik pauzeerde
jij pauzeerde
u pauzeerde
hij/zij/het pauzeerde
wij pauzeerden
jullie pauzeerden
zij pauzeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

pauzeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pauzeren

Gerundium

pauzeren

Onvoltooid deelwoord

pauzerend

Voltooid deelwoord

gepauzeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.