Vervoeging van passen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « passen »: passen — to fit (have the right size) · passen — to pass
passen
to fit (have the right size)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pas
Verleden tijd (ik)paste
Voltooid deelwoordgepast
Volledige vervoeging van het werkwoord passen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pas
jij past (inversie: pas jij)
u past
hij/zij/het past
wij passen
jullie passen
zij passen

Verleden tijd

ik paste
jij paste
u paste
hij/zij/het paste
wij pasten
jullie pasten
zij pasten

Gebiedende wijs

Imperatief

pas

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

passen

Gerundium

passen

Onvoltooid deelwoord

passend

Voltooid deelwoord

gepast
passen
to pass
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pass
Verleden tijd (ik)passte
Voltooid deelwoordgepasst

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pass
jij passt (inversie: pass jij)
u passt
hij/zij/het passt
wij passen
jullie passen
zij passen

Verleden tijd

ik passte
jij passte
u passte
hij/zij/het passte
wij passten
jullie passten
zij passten

Gebiedende wijs

Imperatief

pass

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

passen

Gerundium

passen

Onvoltooid deelwoord

passend

Voltooid deelwoord

gepasst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.