Vervoeging van passeeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

passeeren
obsolete spelling of passeren
weak
Tegenwoordige tijd (ik)passeer
Verleden tijd (ik)passeerde
Voltooid deelwoordgepasseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord passeeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik passeer
jij passeert (inversie: passeer jij)
u passeert
hij/zij/het passeert
wij passeeren
jullie passeeren
zij passeeren

Verleden tijd

ik passeerde
jij passeerde
u passeerde
hij/zij/het passeerde
wij passeerden
jullie passeerden
zij passeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

passeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

passeeren

Gerundium

passeeren

Onvoltooid deelwoord

passeerend

Voltooid deelwoord

gepasseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.