Vervoeging van pasen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pasen
to give, to pass
weak
Tegenwoordige tijd (ik)paas
Verleden tijd (ik)paaste
Voltooid deelwoordgepaast
Volledige vervoeging van het werkwoord pasen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik paas
jij paast (inversie: paas jij)
u paast
hij/zij/het paast
wij pasen
jullie pasen
zij pasen

Verleden tijd

ik paaste
jij paaste
u paaste
hij/zij/het paaste
wij paasten
jullie paasten
zij paasten

Gebiedende wijs

Imperatief

paas

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pasen

Gerundium

pasen

Onvoltooid deelwoord

pasend

Voltooid deelwoord

gepaast

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.