Vervoeging van pantseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

pantseren
to armour
weak
Tegenwoordige tijd (ik)pantser
Verleden tijd (ik)pantserde
Voltooid deelwoordgepantserd
Volledige vervoeging van het werkwoord pantseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pantser
jij pantsert (inversie: pantser jij)
u pantsert
hij/zij/het pantsert
wij pantseren
jullie pantseren
zij pantseren

Verleden tijd

ik pantserde
jij pantserde
u pantserde
hij/zij/het pantserde
wij pantserden
jullie pantserden
zij pantserden

Gebiedende wijs

Imperatief

pantser

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

pantseren

Gerundium

pantseren

Onvoltooid deelwoord

pantserend

Voltooid deelwoord

gepantserd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.