Vervoeging van paneren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

paneren
to coat with breadcrumbs or paneermeel
weak
Tegenwoordige tijd (ik)paneer
Verleden tijd (ik)paneerde
Voltooid deelwoordgepaneerd
Volledige vervoeging van het werkwoord paneren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik paneer
jij paneert (inversie: paneer jij)
u paneert
hij/zij/het paneert
wij paneren
jullie paneren
zij paneren

Verleden tijd

ik paneerde
jij paneerde
u paneerde
hij/zij/het paneerde
wij paneerden
jullie paneerden
zij paneerden

Gebiedende wijs

Imperatief

paneer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

paneren

Gerundium

paneren

Onvoltooid deelwoord

panerend

Voltooid deelwoord

gepaneerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.