to ferry (to move someone/something from one place to another in general, or over water in particular)
Tegenwoordige tijd (ik)zet over
Verleden tijd (ik)zette over
Voltooid deelwoordovergezet
Volledige vervoeging van het werkwoord overzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zet over
jij zet over
u zet over
hij/zij/het zet over
wij zetten over
jullie zetten over
zij zetten over
Verleden tijd
ik zette over
jij zette over
u zette over
hij/zij/het zette over
wij zetten over
jullie zetten over
zij zetten over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overzet
(dat) jij overzet
(dat) u overzet
(dat) hij/zij/het overzet
(dat) wij overzetten
(dat) jullie overzetten
(dat) zij overzetten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overzette
(dat) jij overzette
(dat) u overzette
(dat) hij/zij/het overzette
(dat) wij overzetten
(dat) jullie overzetten
(dat) zij overzetten
Gebiedende wijs
Imperatief
zet over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overzetten
Gerundium
overzetten
Onvoltooid deelwoord
overzettend
Voltooid deelwoord
overgezet
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.