to overwinter (to spend the winter)
Tegenwoordige tijd (ik)overwinter
Verleden tijd (ik)overwinterde
Voltooid deelwoordoverwinterd
Volledige vervoeging van het werkwoord overwinteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overwinter
jij overwintert (inversie: overwinter jij)
u overwintert
hij/zij/het overwintert
wij overwinteren
jullie overwinteren
zij overwinteren
Verleden tijd
ik overwinterde
jij overwinterde
u overwinterde
hij/zij/het overwinterde
wij overwinterden
jullie overwinterden
zij overwinterden
Gebiedende wijs
Imperatief
overwinter
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overwinteren
Gerundium
overwinteren
Onvoltooid deelwoord
overwinterend
Voltooid deelwoord
overwinterd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.