2 verschillende werkwoorden « overwerken »:
overwerken — to work overtime · overwerken — to overwork, to get overworked
to work overtime
Tegenwoordige tijd (ik)werk over
Verleden tijd (ik)werkte over
Voltooid deelwoordovergewerkt
Volledige vervoeging van het werkwoord overwerken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik werk over
jij werkt over (inversie: werk over jij)
u werkt over
hij/zij/het werkt over
wij werken over
jullie werken over
zij werken over
Verleden tijd
ik werkte over
jij werkte over
u werkte over
hij/zij/het werkte over
wij werkten over
jullie werkten over
zij werkten over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overwerk
(dat) jij overwerkt
(dat) u overwerkt
(dat) hij/zij/het overwerkt
(dat) wij overwerken
(dat) jullie overwerken
(dat) zij overwerken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overwerkte
(dat) jij overwerkte
(dat) u overwerkte
(dat) hij/zij/het overwerkte
(dat) wij overwerkten
(dat) jullie overwerkten
(dat) zij overwerkten
Gebiedende wijs
Imperatief
werk over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overwerken
Gerundium
overwerken
Onvoltooid deelwoord
overwerkend
Voltooid deelwoord
overgewerkt
to overwork, to get overworked
Tegenwoordige tijd (ik)overwerk
Verleden tijd (ik)overwerkte
Voltooid deelwoordoverwerkt
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overwerk
jij overwerkt (inversie: overwerk jij)
u overwerkt
hij/zij/het overwerkt
wij overwerken
jullie overwerken
zij overwerken
Verleden tijd
ik overwerkte
jij overwerkte
u overwerkte
hij/zij/het overwerkte
wij overwerkten
jullie overwerkten
zij overwerkten
Gebiedende wijs
Imperatief
overwerk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overwerken
Gerundium
overwerken
Onvoltooid deelwoord
overwerkend
Voltooid deelwoord
overwerkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.