Vervoeging van overvliegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overvliegen
to fly over
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vlieg over
Verleden tijd (ik)vloog over
Voltooid deelwoordovergevlogen
Volledige vervoeging van het werkwoord overvliegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vlieg over
jij vliegt over (inversie: vlieg over jij)
u vliegt over
hij/zij/het vliegt over
wij vliegen over
jullie vliegen over
zij vliegen over

Verleden tijd

ik vloog over
jij vloog over
u vloog over
hij/zij/het vloog over
wij vlogen over
jullie vlogen over
zij vlogen over

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik overvlieg
(dat) jij overvliegt
(dat) u overvliegt
(dat) hij/zij/het overvliegt
(dat) wij overvliegen
(dat) jullie overvliegen
(dat) zij overvliegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik overvloog
(dat) jij overvloog
(dat) u overvloog
(dat) hij/zij/het overvloog
(dat) wij overvlogen
(dat) jullie overvlogen
(dat) zij overvlogen

Gebiedende wijs

Imperatief

vlieg over

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overvliegen

Gerundium

overvliegen

Onvoltooid deelwoord

overvliegend

Voltooid deelwoord

overgevlogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.