2 verschillende werkwoorden « overvaren »:
overvaren — to sail across · overvaren — to run over with a boat
to sail across
Tegenwoordige tijd (ik)vaar over
Verleden tijd (ik)voer over
Voltooid deelwoordovergevaren
Volledige vervoeging van het werkwoord overvaren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vaar over
jij vaart over (inversie: vaar over jij)
u vaart over
hij/zij/het vaart over
wij varen over
jullie varen over
zij varen over
Verleden tijd
ik voer over
jij voer over
u voer over
hij/zij/het voer over
wij voeren over
jullie voeren over
zij voeren over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overvaar
(dat) jij overvaart
(dat) u overvaart
(dat) hij/zij/het overvaart
(dat) wij overvaren
(dat) jullie overvaren
(dat) zij overvaren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overvoer
(dat) jij overvoer
(dat) u overvoer
(dat) hij/zij/het overvoer
(dat) wij overvoeren
(dat) jullie overvoeren
(dat) zij overvoeren
Gebiedende wijs
Imperatief
vaar over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overvaren
Gerundium
overvaren
Onvoltooid deelwoord
overvarend
Voltooid deelwoord
overgevaren
to run over with a boat
Tegenwoordige tijd (ik)overvaar
Verleden tijd (ik)overvoer
Voltooid deelwoordovervaren
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overvaar
jij overvaart (inversie: overvaar jij)
u overvaart
hij/zij/het overvaart
wij overvaren
jullie overvaren
zij overvaren
Verleden tijd
ik overvoer
jij overvoer
u overvoer
hij/zij/het overvoer
wij overvoeren
jullie overvoeren
zij overvoeren
Gebiedende wijs
Imperatief
overvaar
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overvaren
Gerundium
overvaren
Onvoltooid deelwoord
overvarend
Voltooid deelwoord
overvaren
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.