2 verschillende werkwoorden « overspelen »:
overspelen — to play again, to replay · overspelen — to overplay, to overact
to play again, to replay
Tegenwoordige tijd (ik)speel over
Verleden tijd (ik)speelde over
Voltooid deelwoordovergespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord overspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik speel over
jij speelt over (inversie: speel over jij)
u speelt over
hij/zij/het speelt over
wij spelen over
jullie spelen over
zij spelen over
Verleden tijd
ik speelde over
jij speelde over
u speelde over
hij/zij/het speelde over
wij speelden over
jullie speelden over
zij speelden over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overspeel
(dat) jij overspeelt
(dat) u overspeelt
(dat) hij/zij/het overspeelt
(dat) wij overspelen
(dat) jullie overspelen
(dat) zij overspelen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overspeelde
(dat) jij overspeelde
(dat) u overspeelde
(dat) hij/zij/het overspeelde
(dat) wij overspeelden
(dat) jullie overspeelden
(dat) zij overspeelden
Gebiedende wijs
Imperatief
speel over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overspelen
Gerundium
overspelen
Onvoltooid deelwoord
overspelend
Voltooid deelwoord
overgespeeld
to overplay, to overact
Tegenwoordige tijd (ik)overspeel
Verleden tijd (ik)overspeelde
Voltooid deelwoordoverspeeld
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overspeel
jij overspeelt (inversie: overspeel jij)
u overspeelt
hij/zij/het overspeelt
wij overspelen
jullie overspelen
zij overspelen
Verleden tijd
ik overspeelde
jij overspeelde
u overspeelde
hij/zij/het overspeelde
wij overspeelden
jullie overspeelden
zij overspeelden
Gebiedende wijs
Imperatief
overspeel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overspelen
Gerundium
overspelen
Onvoltooid deelwoord
overspelend
Voltooid deelwoord
overspeeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.