2 verschillende werkwoorden « oversnijden »:
oversnijden — to cut again · oversnijden — to cut through
to cut again
Tegenwoordige tijd (ik)snij over / snijd over
Verleden tijd (ik)sneed over
Voltooid deelwoordovergesneden
Volledige vervoeging van het werkwoord oversnijden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik snij over / snijd over
jij snijdt over / snij over / snijd over
u snijdt over
hij/zij/het snijdt over
wij snijden over
jullie snijden over
zij snijden over
Verleden tijd
ik sneed over
jij sneed over
u sneed over
hij/zij/het sneed over
wij sneden over
jullie sneden over
zij sneden over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik oversnij / oversnijd
(dat) jij oversnijdt
(dat) u oversnijdt
(dat) hij/zij/het oversnijdt
(dat) wij oversnijden
(dat) jullie oversnijden
(dat) zij oversnijden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik oversneed
(dat) jij oversneed
(dat) u oversneed
(dat) hij/zij/het oversneed
(dat) wij oversneden
(dat) jullie oversneden
(dat) zij oversneden
Gebiedende wijs
Imperatief
snij over / snijd over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
oversnijden
Gerundium
oversnijden
Onvoltooid deelwoord
oversnijdend
Voltooid deelwoord
overgesneden
to cut through
Tegenwoordige tijd (ik)oversnij / oversnijd
Verleden tijd (ik)oversneed
Voltooid deelwoordoversneden
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik oversnij / oversnijd
jij oversnijdt / oversnij / oversnijd
u oversnijdt
hij/zij/het oversnijdt
wij oversnijden
jullie oversnijden
zij oversnijden
Verleden tijd
ik oversneed
jij oversneed
u oversneed
hij/zij/het oversneed
wij oversneden
jullie oversneden
zij oversneden
Gebiedende wijs
Imperatief
oversnij / oversnijd
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
oversnijden
Gerundium
oversnijden
Onvoltooid deelwoord
oversnijdend
Voltooid deelwoord
oversneden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.