to shout louder than
Tegenwoordige tijd (ik)overroep
Verleden tijd (ik)overriep
Voltooid deelwoordoverroepen
Volledige vervoeging van het werkwoord overroepen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overroep
jij overroept (inversie: overroep jij)
u overroept
hij/zij/het overroept
wij overroepen
jullie overroepen
zij overroepen
Verleden tijd
ik overriep
jij overriep
u overriep
hij/zij/het overriep
wij overriepen
jullie overriepen
zij overriepen
Gebiedende wijs
Imperatief
overroep
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overroepen
Gerundium
overroepen
Onvoltooid deelwoord
overroepend
Voltooid deelwoord
overroepen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.