Vervoeging van overplaatsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overplaatsen
to transfer
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)plaats over
Verleden tijd (ik)plaatste over
Voltooid deelwoordovergeplaatst
Volledige vervoeging van het werkwoord overplaatsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik plaats over
jij plaatst over (inversie: plaats over jij)
u plaatst over
hij/zij/het plaatst over
wij plaatsen over
jullie plaatsen over
zij plaatsen over

Verleden tijd

ik plaatste over
jij plaatste over
u plaatste over
hij/zij/het plaatste over
wij plaatsten over
jullie plaatsten over
zij plaatsten over

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik overplaats
(dat) jij overplaatst
(dat) u overplaatst
(dat) hij/zij/het overplaatst
(dat) wij overplaatsen
(dat) jullie overplaatsen
(dat) zij overplaatsen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik overplaatste
(dat) jij overplaatste
(dat) u overplaatste
(dat) hij/zij/het overplaatste
(dat) wij overplaatsten
(dat) jullie overplaatsten
(dat) zij overplaatsten

Gebiedende wijs

Imperatief

plaats over

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overplaatsen

Gerundium

overplaatsen

Onvoltooid deelwoord

overplaatsend

Voltooid deelwoord

overgeplaatst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.