Vervoeging van overmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overmaken
to make over
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak over
Verleden tijd (ik)maakte over
Voltooid deelwoordovergemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord overmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak over
jij maakt over (inversie: maak over jij)
u maakt over
hij/zij/het maakt over
wij maken over
jullie maken over
zij maken over

Verleden tijd

ik maakte over
jij maakte over
u maakte over
hij/zij/het maakte over
wij maakten over
jullie maakten over
zij maakten over

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik overmaak
(dat) jij overmaakt
(dat) u overmaakt
(dat) hij/zij/het overmaakt
(dat) wij overmaken
(dat) jullie overmaken
(dat) zij overmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik overmaakte
(dat) jij overmaakte
(dat) u overmaakte
(dat) hij/zij/het overmaakte
(dat) wij overmaakten
(dat) jullie overmaakten
(dat) zij overmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak over

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overmaken

Gerundium

overmaken

Onvoltooid deelwoord

overmakend

Voltooid deelwoord

overgemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.