2 verschillende werkwoorden « overlezen »:
overlezen — to read again · overlezen — to overlook, miss while reading
to read again
Tegenwoordige tijd (ik)lees over
Verleden tijd (ik)las over
Voltooid deelwoordovergelezen
Volledige vervoeging van het werkwoord overlezen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik lees over
jij leest over (inversie: lees over jij)
u leest over
hij/zij/het leest over
wij lezen over
jullie lezen over
zij lezen over
Verleden tijd
ik las over
jij las over
u las over
hij/zij/het las over
wij lazen over
jullie lazen over
zij lazen over
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik overlees
(dat) jij overleest
(dat) u overleest
(dat) hij/zij/het overleest
(dat) wij overlezen
(dat) jullie overlezen
(dat) zij overlezen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik overlas
(dat) jij overlas
(dat) u overlas
(dat) hij/zij/het overlas
(dat) wij overlazen
(dat) jullie overlazen
(dat) zij overlazen
Gebiedende wijs
Imperatief
lees over
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overlezen
Gerundium
overlezen
Onvoltooid deelwoord
overlezend
Voltooid deelwoord
overgelezen
to overlook, miss while reading
Tegenwoordige tijd (ik)overlees
Verleden tijd (ik)overlas
Voltooid deelwoordoverlezen
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik overlees
jij overleest (inversie: overlees jij)
u overleest
hij/zij/het overleest
wij overlezen
jullie overlezen
zij overlezen
Verleden tijd
ik overlas
jij overlas
u overlas
hij/zij/het overlas
wij overlazen
jullie overlazen
zij overlazen
Gebiedende wijs
Imperatief
overlees
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
overlezen
Gerundium
overlezen
Onvoltooid deelwoord
overlezend
Voltooid deelwoord
overlezen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.