Vervoeging van overleveren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overleveren
to hand down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lever over
Verleden tijd (ik)leverde over
Voltooid deelwoordovergeleverd
Volledige vervoeging van het werkwoord overleveren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lever over
jij levert over (inversie: lever over jij)
u levert over
hij/zij/het levert over
wij leveren over
jullie leveren over
zij leveren over

Verleden tijd

ik leverde over
jij leverde over
u leverde over
hij/zij/het leverde over
wij leverden over
jullie leverden over
zij leverden over

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik overlever
(dat) jij overlevert
(dat) u overlevert
(dat) hij/zij/het overlevert
(dat) wij overleveren
(dat) jullie overleveren
(dat) zij overleveren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik overleverde
(dat) jij overleverde
(dat) u overleverde
(dat) hij/zij/het overleverde
(dat) wij overleverden
(dat) jullie overleverden
(dat) zij overleverden

Gebiedende wijs

Imperatief

lever over

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overleveren

Gerundium

overleveren

Onvoltooid deelwoord

overleverend

Voltooid deelwoord

overgeleverd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.