Vervoeging van overleven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

overleven
to survive (to remain alive)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)overleef
Verleden tijd (ik)overleefde
Voltooid deelwoordoverleefd
Volledige vervoeging van het werkwoord overleven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik overleef
jij overleeft (inversie: overleef jij)
u overleeft
hij/zij/het overleeft
wij overleven
jullie overleven
zij overleven

Verleden tijd

ik overleefde
jij overleefde
u overleefde
hij/zij/het overleefde
wij overleefden
jullie overleefden
zij overleefden

Gebiedende wijs

Imperatief

overleef

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

overleven

Gerundium

overleven

Onvoltooid deelwoord

overlevend

Voltooid deelwoord

overleefd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.